ECLI:NL:GHAMS:2025:2376
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep wegens ontbreken grieven
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de politierechter te Amsterdam van 6 juni 2023. Tijdens de terechtzitting op 27 augustus 2025 bleek dat verdachte geen schriftelijke grieven had ingediend en ook mondeling geen concrete bezwaren tegen het vonnis had geuit. Hoewel verdachte ter zitting aangaf het niet eens te zijn met het vonnis, werd niet duidelijk gemaakt waar het hoger beroep over ging.
Het hof heeft de vordering van de advocaat-generaal tot niet-ontvankelijkheid van verdachte in het hoger beroep overgenomen. Er is geen sprake van een rechtens te respecteren belang bij het onderzoek van de zaak in hoger beroep. Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering wordt verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, bestaande uit drie raadsheren. De oudste en jongste raadsheer konden het arrest niet medeondertekenen. De uitspraak vond plaats op de openbare terechtzitting van 27 augustus 2025.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van grieven en een rechtens te respecteren belang.