ECLI:NL:GHAMS:2025:2366
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep consumentenkredietovereenkomst en wijziging grondslag vordering
Appellant vordert betaling op grond van een consumentenkredietovereenkomst die door de kantonrechter is vernietigd wegens een oneerlijke handelspraktijk vanwege het niet tijdig verstrekken van precontractuele informatie. De kantonrechter wees de vorderingen bij verstek af. In hoger beroep, waarin eveneens verstek is verleend, wijzigde appellant de grondslag van haar vordering naar onverschuldigde betaling en ongerechtvaardigde verrijking.
Het hof constateerde dat appellant deze wijziging niet tijdig aan geïntimeerde heeft betekend en dat het procesdossier onvolledig is, met name ontbreken stukken die eerder bij de kantonrechter waren overgelegd. Daarom werd de zaak aangehouden en appellant in de gelegenheid gesteld alsnog de betekening en ontbrekende stukken in te brengen.
Het hof neemt geen verdere beslissing totdat appellant aan deze voorwaarden heeft voldaan. De zaak wordt verwezen naar de rol van 7 oktober 2025 voor nadere behandeling.
Uitkomst: Het hof houdt de zaak aan om appellant in de gelegenheid te stellen de wijziging van grondslag van eis te betekenen en ontbrekende processtukken in te dienen.