ECLI:NL:GHAMS:2025:2343
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM na overlijden verdachte in hoger beroep strafzaak
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland. De verdachte, geboren in 1956, is op 16 juni 2025 overleden, zoals blijkt uit een akte van overlijden van 23 juni 2025.
Het openbaar ministerie had hoger beroep ingesteld tegen het vonnis, maar het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal om het OM niet-ontvankelijk te verklaren in de vervolging. Volgens artikel 69 van Pro het Wetboek van Strafrecht vervalt het recht tot strafvordering door de dood van de verdachte.
Het hof vernietigt daarom het vonnis van de kantonrechter en verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging. De jongste raadsheer kon het arrest niet medeondertekenen. Het arrest is uitgesproken op 21 augustus 2025 door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging wegens het overlijden van de verdachte.