ECLI:NL:GHAMS:2025:220
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Geen zorgregeling tussen vader en kinderen wegens negatieve beeldvorming en ondertoezichtstelling
In deze zaak stond de zorgregeling tussen de vader en zijn twee minderjarige kinderen centraal. De kinderen hebben sinds bijna drie jaar geen structureel contact met de vader vanwege een belaste opvoedgeschiedenis en een gespannen relatie tussen de ouders. De Raad voor de Kinderbescherming voerde een onderzoek uit en concludeerde dat er momenteel geen mogelijkheden zijn voor een zorgregeling, omdat de kinderen angst en weerstand tegen de vader hebben.
De kinderrechter stelde de kinderen onder toezicht van een gecertificeerde instelling (GI) voor de duur van een jaar, met als doel het negatieve beeld van de vader te nuanceren en traumatherapie in te zetten. Het hof oordeelde dat het in het belang van de kinderen is dat eerst aan deze doelen wordt gewerkt voordat een zorgregeling kan worden vastgesteld.
Daarom vernietigde het hof de eerdere beschikking die een zorgregeling bepaalde en stelde dat er geen zorgregeling tussen de vader en de kinderen is. Beide ouders steunen de doelen van de ondertoezichtstelling en zullen de aanwijzingen van de GI opvolgen. Het hof benadrukte dat het van belang is dat de ouders samenwerken in het belang van de kinderen.
Uitkomst: Het hof vernietigt de zorgregeling en bepaalt dat er geen zorgregeling is tussen vader en kinderen zolang de ondertoezichtstelling loopt.