ECLI:NL:GHAMS:2025:2133
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toekenning medehuurderschap aan dochter na duurzame gemeenschappelijke huishouding met vader
In deze zaak vorderen vader en dochter medehuurderschap van de door vader gehuurde woning. De kantonrechter wees deze vordering af omdat hij oordeelde dat er geen duurzame gemeenschappelijke huishouding bestond. In hoger beroep stelde het hof vast dat de dochter al 35 jaar met haar vader woont en zij een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren, met gezamenlijke activiteiten, gedeeld gebruik van de woning en financiële verwevenheid.
De dochter verleent mantelzorg aan haar vader, wat de duurzaamheid en gemeenschappelijkheid niet vermindert. De kantonrechter had de financiële verwevenheid onvoldoende erkend, maar het hof concludeerde dat de dochter maandelijks kostgeld betaalt en bijdraagt aan vaste lasten, wat een verdeling van gemeenschappelijke kosten vormt.
De dochter is 37 jaar en woont al lang bij haar vader, waardoor het niet langer realistisch is de situatie als tijdelijk te beschouwen. Haar inschrijving als alleenstaande woningzoekende werd gezien als een veiligheidsmaatregel. Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter en kende medehuurderschap toe, veroordeelde Ymere tot kostenveroordeling en terugbetaling van proceskosten.
Uitkomst: De dochter wordt medehuurder van de woning vanwege duurzame gemeenschappelijke huishouding met haar vader.