ECLI:NL:GHAMS:2025:1928
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep in vrijwaringszaak wegens ontbreken rechtsmiddel
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een verstekvonnis in een vrijwaringszaak, waarbij hij als gedaagde niet was verschenen. Het hof oordeelt dat op grond van artikel 335 Rv Pro in een verstekzaak niet het rechtsmiddel van hoger beroep, maar dat van verzet openstaat. Het beroep op artikel 140 Rv Pro om toch hoger beroep toe te laten, wordt verworpen omdat de vrijwaringszaak en de hoofdzaak afzonderlijke procedures betreffen met verschillende rechtsbetrekkingen.
Het hof concludeert dat appellant niet ontvankelijk is in het hoger beroep en veroordeelt hem in de proceskosten, die nihil worden begroot. De beslissing is genomen door de meervoudige kamer van het Gerechtshof Amsterdam op 15 juli 2025.
Deze uitspraak verduidelijkt de toepasselijkheid van het juiste rechtsmiddel bij verstekvonnissen in vrijwaringszaken en bevestigt dat hoger beroep niet openstaat indien verzet mogelijk is.
Uitkomst: Appellant is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen het verstekvonnis in de vrijwaringszaak.