ECLI:NL:GHAMS:2025:1695
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige wegens zorgelijke opvoedsituatie en verstoorde ouderrelatie
De zaak betreft de verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige, waarbij de vader in hoger beroep ging tegen de beslissing van de kinderrechter. De kinderrechter had de ondertoezichtstelling verlengd vanwege ernstige bedreiging van de ontwikkeling van de minderjarige, veroorzaakt door de gespannen en verstoorde relatie tussen de ouders.
De vader betoogde dat de ondertoezichtstelling onterecht was en dat de problemen vooral bij de moeder lagen. De gecertificeerde instelling (GI) en de moeder onderschreven de noodzaak van verlenging vanwege voortdurende zorgmeldingen en de complexe gezinssituatie. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde eveneens om de verlenging te bekrachtigen.
Het hof oordeelde dat ondanks het ontbreken van gezag bij de vader, hij als belanghebbende kon optreden omdat de minderjarige bij hem verblijft en hij een verzorgende rol vervult. Het hof constateerde dat de spanningen tussen de ouders de ontwikkeling van de minderjarige ernstig bedreigen en dat hulpverlening noodzakelijk is. De verlenging van de ondertoezichtstelling werd daarom bekrachtigd, met de nadruk op samenwerking en hulpverlening voor de ouders.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de ondertoezichtstelling van de minderjarige tot 15 december 2025.