Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2025:1659

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
15 mei 2025
Publicatiedatum
26 juni 2025
Zaaknummer
23-001704-24
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 lid 2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens intrekking bezwaren

Op 15 mei 2025 heeft het gerechtshof Amsterdam uitspraak gedaan in het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter van 24 juli 2024. De verdachte had hoger beroep ingesteld, maar tijdens het onderzoek ter terechtzitting heeft hij middels een e-mail van 15 april 2025 aangegeven het hoger beroep niet te willen handhaven.

Het hof heeft de vordering van de advocaat-generaal gevolgd en geoordeeld dat de verdachte daarmee zijn eerder opgegeven bezwaren heeft ingetrokken. Aangezien er geen ander rechtens te respecteren belang is gebleken dat een nadere behandeling van de zaak rechtvaardigt, is de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

De beslissing is genomen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarbij één van de rechters buiten staat was het arrest mede te ondertekenen. Het arrest is gewezen in verstek en uitgesproken op de openbare terechtzitting.

Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking van het hoger beroep.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001704-24
datum uitspraak: 15 mei 2025
VERSTEK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 24 juli 2024 in de strafzaak onder parketnummer
15-092122-24 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1987,
adres: [adres] ).

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
15 mei 2025.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het hoger beroep.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

Het onderzoek ter terechtzitting is op 28 januari 2025 aangevangen en geschorst. Blijkens (de vertaling van) een e-mailbericht van de verdachte van 15 april 2025 wenst hij het hoger beroep niet te handhaven. Gelet daarop moet hij geacht worden de eerder tegen het vonnis opgegeven bezwaren in te trekken, zodat hij, nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.A. Stalenhoef, mr. L.F. Roseval en mr. A. Dantuma-Hieronymus, in tegenwoordigheid van mr. S. Egidi, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
15 mei 2025.
Mr. A. Dantuma-Hieronymus is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.