ECLI:NL:GHAMS:2025:1503
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging beëindiging gezamenlijk gezag en toewijzing eenhoofdig gezag aan moeder
De zaak betreft het gezag over een minderjarige van 10 jaar en de afgifte van bepaalde stukken van de vader aan de moeder. De rechtbank had het gezamenlijk gezag beëindigd en de moeder belast met het eenhoofdig gezag, wat de vader betwistte in hoger beroep. De moeder stemde in met het gezagsbesluit, maar wilde dat haar verzoek tot afgifte van stukken werd toegewezen.
De vader werd in 2023 veroordeeld tot een gevangenisstraf wegens bezit en vervaardiging van kinder- en dierenporno, wat leidde tot een verstoorde communicatie en wantrouwen tussen de ouders. De vader heeft sinds zijn detentie geen contact met de minderjarige gehad. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde het bekrachtigen van de beschikking.
Het hof oordeelde dat het gezamenlijk gezag niet in het belang van het kind is vanwege het ontbreken van vertrouwen en communicatie tussen de ouders en de ernst van de veroordeling van de vader. Het verzoek van de vader tot herziening werd afgewezen. Het verzoek van de moeder tot afgifte van stukken werd eveneens afgewezen wegens gebrek aan rechtmatig belang, waarbij werd opgemerkt dat de raad zelf stukken kan opvragen voor het lopende onderzoek.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het besluit tot beëindiging van het gezamenlijk gezag en wijst het verzoek van de vader tot herziening af.