ECLI:NL:GHAMS:2025:1220
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging verlenging ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing van minderjarige kinderen
De zaak betreft de verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen, [minderjarige 1] (13 jaar) en [minderjarige 2] (11 jaar), die sinds 2015 vrijwel onafgebroken in een netwerkpleeggezin bij de tante wonen. De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de verlengingsbeschikking van de rechtbank Noord-Holland van 26 augustus 2024, omdat zij van mening is dat de maatregelen niet langer noodzakelijk zijn en zij een veilige en stabiele opvoedsituatie kan bieden.
De gecertificeerde instelling (GI) en de Raad voor de Kinderbescherming ondersteunen de verlenging, stellende dat de moeder een cognitieve beperking heeft en dat de kinderen vanwege ernstige zorgen over de thuissituatie en de opvoeding niet bij haar kunnen opgroeien. Het hof constateert dat de moeder ambivalent is over haar rol en dat het perspectief van de kinderen niet bij haar ligt, maar bij de tante en oma moederszijde.
Het hof oordeelt dat de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing terecht zijn verlengd, omdat de kinderen een ernstige ontwikkelingsbedreiging ondervinden in relatie tot de moeder en stabiliteit en veiligheid in het netwerkpleeggezin noodzakelijk zijn. Het verzoek van de moeder om het perspectiefbesluit niet te laten uitvoeren wordt afgewezen omdat dit niet zelfstandig aan de rechter kan worden voorgelegd. De kinderen blijven bij de tante wonen en het hof benadrukt dat het hoger beroep niet de juiste weg is om een ruimere omgangsregeling te verkrijgen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen tot 28 maart 2025.