Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[de vader] ,
[de moeder] ,
[kind 1] ,
[kind 2] ,
[kind 3] ,
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
a) Vanuit het perspectief van veiligheid vindt Veilig Thuis een eigen observatie essentieel. De leefwereld van de kinderen is niet door een externe professional te toetsen, zoals een school of een kinderdagopvang. Evenmin hebben de kinderen -zover Veilig Thuis bekend- activiteiten buitenshuis zoals een sport of een hobby. Dit maakt dat Veilig Thuis niet via andere externe bronnen voldoende zicht zou kunnen krijgen op de (sociaal-emotionele) ontwikkeling van de kinderen. De beschikbare informatie van het AMW en de RvdK uit 2020 geven evenmin voldoende zicht op de huidige leefsituatie. Om die reden vindt Veilig Thuis het belangrijk om de kinderen te kunnen zien/spreken vanuit eigen observatie.
3.Beoordeling
- Veilig Thuis is verboden om nader onderzoek uit te voeren naar [naam] c.s. op basis van de meldingen van 27 april 2022, 9 mei 2022 en 16 mei 2022 (onderdeel 6.1 van het dictum);
- Veilig Thuis is verboden om nader onderzoek uit te voeren naar [naam] c.s. op basis van meldingen die gelijk of vergelijkbaar zijn met de meldingen van 27 april 2022, 9 mei 2022 en 16 mei 2022, mits deze meldingen dubbel anoniem bij Veilig Thuis zijn ingediend (onderdeel 6.2. van het dictum);
- bepaald is dat onderzoek door Veilig Thuis naar aanleiding van nieuwe meldingen tegen [naam] c.s. alleen is toegestaan indien Veilig Thuis binnen één maand na ontvangst van de melding [naam] c.s. op de hoogte stelt van de inhoud van de melding en, summierlijk, van de gronden waarop Veilig Thuis van oordeel is dat deze moet worden onderzocht (onderdeel 6.3. van het dictum);
- Veilig Thuis is geboden om - indien hij voornemens is de politie te informeren omtrent de afhandeling van hun melding - dit met inachtneming van zijn Handelingsprotocol te doen en de berichtgeving te beperken tot de boodschap dat er geen vervolgtraject heeft plaatsgevonden (onderdeel 6.4 van het dictum).
“Enerzijds geven de gemelde zorgen voldoende aanleiding om in ieder geval bij bijvoorbeeld de wijkagent wat navraag te doen, of de situatie in de buurt en wellicht ook bij leerplicht te checken, of de kinderen naar school gaan. Anderzijds - in het geval er geen reden tot zorgen zou zijn - hebben de ouders er recht op te weten dat een melding als deze is gedaan.”