ECLI:NL:GHAMS:2024:971
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- P.F.E. Geerlings
- C.J. van der Wilt
- G.J.M. Kruizinga
- Rechtspraak.nl
Schorsing van vervolging wegens onvermogen verdachte tot begrip van vervolging
De verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk stichten van brand in een woning te Amsterdam, waarbij gevaar voor levens en goederen ontstond. In hoger beroep werd de geestelijke toestand van de verdachte besproken, waarbij de verdediging stelde dat hij de vervolging niet kon begrijpen.
Het hof baseerde zich op medische rapporten, reclasseringsverslagen en een zorgmachtiging die een ernstige verslechtering van de geestelijke gezondheid van de verdachte aantonen, waaronder catatonische episoden en een dementieel beeld. Hierdoor is de verdachte niet in staat effectief deel te nemen aan de strafprocedure.
Op grond van artikel 16 van Pro het Wetboek van Strafvordering en het recht op een eerlijk proces zoals gewaarborgd in artikel 6 EVRM Pro, besloot het hof de vervolging te schorsen. Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en de zaak wordt niet inhoudelijk behandeld zolang de verdachte niet kan deelnemen aan de procedure.
Uitkomst: De vervolging van verdachte wordt geschorst wegens onvermogen tot begrip van de vervolging.