ECLI:NL:GHAMS:2024:787
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep partneralimentatie afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing behoefte en behoeftigheid
Partijen zijn in 2012 gehuwd en in 2020 definitief gescheiden. De vrouw verzocht om partneralimentatie van €2.500 per maand vanaf 2018, maar de rechtbank wees dit af. In hoger beroep wijzigde zij haar verzoek en voerde zij onder meer arbeidsongeschiktheid en onvoldoende eigen inkomsten aan.
Het hof stelde vast dat de vrouw onvoldoende inzicht gaf in de huwelijkse welstand en haar financiële situatie tijdens het huwelijk, mede door het ontbreken van bewijsstukken over inkomsten en uitgaven. Ook haar stellingen over arbeidsongeschiktheid en het vermogen werden onvoldoende onderbouwd.
De huurinkomsten van een appartement kwamen toe aan de man, waardoor het verzoek daartoe verviel. De proceskosten worden tussen partijen gecompenseerd omdat het geschil over onderhoudsverplichtingen ging en de vrouw niet onnodig in rechte trad.
Het hof vernietigde de proceskostenveroordeling van de rechtbank, bekrachtigde de rest van de beschikking en wees het hoger beroep verder af.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af wegens onvoldoende onderbouwing van de behoefte en behoeftigheid van de vrouw en compenseert de proceskosten.