Uitspraak
Onderzoek van de zaak
7 februari 2024, 14 maart 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Vonnis waarvan beroep
- de bewijsoverwegingen in het vonnis aanvult met de navolgende bewijsoverwegingen;
- de in hoger beroep gedane (voorwaardelijke) getuigenverzoeken bespreekt;
- de bewijsmiddelen in het vonnis vervangt door de bewijsmiddelen die zijn opgenomen in de bijlage bij dit arrest;
- een beslissing neemt ten aanzien van de voorlopige hechtenis van de verdachte.
Aanvullende bewijsoverwegingen
Standpunt verdediging
10 mei 2021 kan de mogelijke betrokkenheid enkel worden gebaseerd op de verklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] . Zij zijn verslaafde harddrugsgebruikers, zodat bij hun verklaringen de nodige vraagtekens kunnen worden gezet. Daarnaast zijn er telefoongegevens waaruit niet blijkt dat de verdachte bij drugshandel betrokken is geweest. Ook uit de kluis- en bankgegevens blijkt de betrokkenheid van de verdachte in dit deel van de periode niet.
7 maart 2020 – in één mobiele telefoon actief geweest. Al vanaf 4 december 2019 is met deze mobiele telefoon en dit telefoonnummer een groot aantal ‘SMS-bommen’ gestuurd naar een groot aantal contacten die merendeels bekend staan als (hard)drugsgebruikers. Gedurende de voornoemde periode is ook contact geweest met het telefoonnummer van [medeverdachte 1] (347 keer), [medeverdachte 2] (154 keer), [medeverdachte 3] , en veelvuldig met het ouderlijk huis van de verdachte en zijn broers. De intensiteit van deze contacten past bij het betrokken zijn bij de gezamenlijke drugshandel.
(Voorwaardelijke) getuigenverzoeken
Oplegging van gevangenisstraf
36 maanden.
4 december 2019, met zijn broers nauw betrokken is geweest bij de handel in de verdovende middelen en gedurende die periode steeds een rol van betekenis heeft gespeeld in de organisatie. Dat de ene broer daarbij letterlijk (vanwege de aard van de ingezette opsporingsmiddelen), met name aan het eind van de periode zichtbaarder was dan de anderen, doet niets af aan de min of meer gelijke mate van betrokkenheid van alle broers bij die handel en de organisatie. In het voorgaande ziet het hof aanleiding om tussen de verdachte en de medeverdachten niet in de strafoplegging te differentiëren.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Voorlopige hechtenis
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) jaren.
1 (één) jaar,
nietten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
mr. C.H. Sillen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
14 maart 2024.