AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Hoger beroep in zaak gekwalificeerde diefstallen met vernietiging bewezenverklaring deels
In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter bevestigt het gerechtshof Amsterdam het vonnis grotendeels, maar vernietigt de bewezenverklaring voor feit 3 en feit 4. Uit de bewijsmiddelen volgt namelijk dat niet de kassalade maar de inhoud daarvan is weggenomen (feit 3) en dat de pleegplaats feit 4 Zwaag is in plaats van Hoorn.
Feit 3 betreft het wegnemen van ongeveer €300 op 9 augustus 2022 te Wognum, gemeente Medemblik, met braak gepleegd. Feit 4 betreft het wegnemen van een portemonnee met ongeveer €200 op 12 september 2022 te Zwaag, gemeente Hoorn. Het hof acht deze feiten wettig en overtuigend bewezen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening.
Het hof verklaart niet bewezen wat meer of anders ten laste is gelegd dan deze feiten en spreekt verdachte daarvan vrij. Voor het overige bevestigt het hof het vonnis van de politierechter. De strafoplegging is aangepast met inachtneming van artikel 63 WetboekPro van Strafrecht. De bewijsmiddelen zullen worden vervangen indien cassatie wordt ingesteld.
Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 23 januari 2024, waarbij één rechter niet heeft medeondertekend.
Uitkomst: Het hof vernietigt deels de bewezenverklaring en verklaart feit 3 en 4 anders bewezen, bevestigt het vonnis voor de overige feiten.
Uitspraak
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000275-23
datum uitspraak: 23 januari 2024
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 12 januari 2023 in de strafzaak onder parketnummer 15-277079-22 tegen
[verdachte01],
geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] 1966,
thans uit anderen hoofde gedetineerd in [detentieadres01] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 9 januari 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsvrouw naar voren heeft gebracht.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de bewezenverklaring van feit 3 (nu uit de bewijsmiddelen volgt dat de inhoud van de kassalade en niet de kassalade is weggenomen) en feit 4 (nu uit de bewijsmiddelen volgt dat de pleegplaats Zwaag (gemeente Hoorn) in plaats van Hoorn betreft) – in zoverre zal het vonnis worden vernietigd – en met dien verstande dat het hof:
in de strafoplegging rekening heeft gehouden met het bepaalde in artikel 63 WetboekPro van Strafrecht;
het hof de bewijsmiddelen vervangt indien cassatie wordt ingesteld.
Bewezenverklaring feit 3 en feit 4
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
Feit 3
hij op 9 augustus 2022 te Wognum, gemeente Medemblik ongeveer €300 die aan [slachtoffer01] en/of [bedrijf01] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;
Feit 4
hij op 12 september 2022 te Zwaag, gemeente Hoorn een portemonnee met daarin ongeveer €200 aan [slachtoffer02] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de bewezenverklaring van feit 3 en feit 4 en doet in zoverre opnieuw recht.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte hetgeen tenlastegelegd onder 3 en 4 heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte onder feit 3 en 4 meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N.E. Kwak, mr. D.A.C. Koster en mr. B de Wilde, in tegenwoordigheid van mr. M.C. de Rade, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 23 januari 2024.
Mr. De Wilde is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.