ECLI:NL:GHAMS:2024:531
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Schorsing van het ouderlijk gezag van de moeder over de minderjarige kinderen bevestigd tot eindbeslissing rechtbank echtscheidingsprocedure
De moeder en vader oefenen gezamenlijk het gezag uit over hun twee minderjarige kinderen. Op 23 juni 2023 vertrok de moeder zonder toestemming van de vader met de kinderen naar een voor de vader onbekende locatie, waarna zij werd aangehouden en in voorlopige hechtenis gesteld. Sindsdien verblijven de kinderen bij de vader. De moeder werd geschorst in haar gezag door de rechtbank, wat zij in hoger beroep aanvocht.
De moeder betoogde dat zij geen intentie had de kinderen bij de vader weg te houden en dat zij inmiddels een vast woonadres heeft en zich aan reclasseringsvoorwaarden houdt. Zij stelde dat er geen acute bedreiging voor de kinderen is en dat zij haar opvoedkundige taken kan hervatten. De vader en de Raad voor de Kinderbescherming stelden echter dat de moeder niet in staat is om samen met de vader weloverwogen gezagsbeslissingen te nemen en dat haar houding hulpverlening belemmert.
Het hof oordeelde dat de schorsing van het gezag van de moeder terecht is en dat de omstandigheden nog niet zijn gewijzigd. Gezien de lopende echtscheidingsprocedure verbindt het hof de schorsing aan de datum waarop de rechtbank een eindbeslissing over het gezag zal geven. De moeder wordt niet in de proceskosten veroordeeld. De beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd met deze aanvullende bepaling.
Uitkomst: De schorsing van het ouderlijk gezag van de moeder wordt bekrachtigd en duurt voort tot de rechtbank een eindbeslissing neemt in de echtscheidingsprocedure.