In deze civiele zaak vordert appellant betaling van twee contractuele boetes wegens niet-volledige aflossing van leningen verstrekt aan geïntimeerde. De rechtbank wees de hoofdsom, rente en kosten toe, maar wees de boetes af wegens onvoldoende inzicht in de specificatie.
In hoger beroep stelt appellant dat de boetes duidelijk zijn overeengekomen en verbeurd zijn, terwijl geïntimeerde betwist dat er een geldige boetebepaling is en stelt dat de leningsovereenkomsten in 2021 zijn genoveerd. Het hof volgt deze betwisting niet omdat er geen overeenstemming was over een nieuwe overeenkomst en onvoldoende bewijs voor novatie.
Het hof oordeelt dat de boetes van €5.000 per lening verbeurd zijn omdat de leningen niet volledig zijn afgelost aan het einde van de looptijd. Betalingen zijn op de oudste leningen afgeboekt. De gevorderde contractuele rente over de boetes wordt niet toegewezen, maar de wettelijke rente vanaf respectievelijk 15 april 2019 en 28 juli 2019 wel. Het hof vernietigt het bestreden vonnis voor zover de boetes zijn afgewezen en wijst de boetes met rente toe, met veroordeling van geïntimeerde in de proceskosten.