Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
- de minderjarige [kind 1] (hierna te noemen: [kind 1] ), en
- de minderjarige [kind 2] (hierna te noemen: [kind 2] ).
Gerechtshof Amsterdam
Na het overlijden van de moeder, die het gezag over de kinderen had, verzocht de raad voor de kinderbescherming de grootmoeder te belasten met de voogdij over de kinderen. De rechtbank Noord-Holland had dit verzoek op 7 juni 2023 toegewezen. Vervolgens werd op 6 juli 2023 opnieuw een beschikking gegeven waarin de grootmoeder met voogdij werd belast, wat leidde tot het onderhavige hoger beroep.
De vader, Brits staatsburger en erkenner van de kinderen, stelde zich op het standpunt dat hem het eenhoofdig gezag over de kinderen toekwam en kwam hiertegen in hoger beroep. De grootmoeder voerde incidenteel hoger beroep met het betoog dat de raad niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard omdat de rechtbank reeds had beslist.
Het hof oordeelt dat de tweede beschikking van 6 juli 2023 niet ontvankelijk is omdat reeds op het verzoek van de raad was beslist bij beschikking van 7 juni 2023. Dit volgt uit het leerstuk van het gezag van gewijsde en artikel 3:303 BW Pro, dat herhaalde beslissingen over hetzelfde geschilpunt in de procesorde niet dient. Het hof vernietigt daarom de bestreden beschikking en wijst het verzoek van de vader in principaal hoger beroep af omdat het niet meer aan de orde is.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking van 6 juli 2023 en wijst het verzoek van de vader om eenhoofdig gezag af.