Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2024:374

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
31 januari 2024
Publicatiedatum
26 februari 2024
Zaaknummer
23-001400-23
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 36f SrArt. 57 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gevangenisstraf en schadevergoeding voor herhaalde diefstal

In deze zaak oordeelt het gerechtshof Amsterdam over het hoger beroep tegen een vonnis van de politierechter betreffende twee afzonderlijke diefstallen gepleegd in oktober 2021 en juni 2022.

De verdachte werd bewezenverklaard voor telkens diefstal, gepleegd in Spaarndam en Egmond aan den Hoef. Het hof vernietigde het eerdere vonnis en legde een gevangenisstraf van 1 dag op, met daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 weken en een proeftijd van 2 jaar. De tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, wordt in mindering gebracht op de straf.

Daarnaast werden vorderingen van twee benadeelde partijen toegewezen voor materiële schade respectievelijk €129,10 en €532,15, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum van de feiten. De verdachte is verplicht deze bedragen aan de Staat te betalen ten behoeve van de slachtoffers. De duur van gijzeling bij niet-betaling is vastgesteld op maximaal 2 en 10 dagen respectievelijk.

Het vonnis bevat een volledige toewijzing van de schadevorderingen en legt de verdachte een proeftijd op, waarbij de voorwaardelijke straf kan worden uitgevoerd bij nieuwe strafbare feiten binnen die termijn.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 1 dag gevangenisstraf en 2 weken voorwaardelijke straf met proeftijd, met toewijzing van schadevergoedingen aan benadeelden.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer eerste aanleg : 15-052394-22 en 15-154905-22
parketnummer hoger beroep : 23-001400-23
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van
31 januari 2024 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 25 april 2023 in de zaak tegen de verdachte:
naam:
[verdachte]
voornamen:
geboren: op [geboortedag] 1999 te [geboorteplaats]
adres: [adres].

Kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het in de zaak met parketnummer 15-052394-22 en met parketnummer 15-154905-22 bewezenverklaarde levert op:
telkens:
diefstal.
Gepleegd op:
- in de zaak met parketnummer 15-052394-22 feit 1: op 18 oktober 2021 te Spaarndam, gemeente Haarlemmermeer;
- en in de zaak met parketnummer 15-154905-22 feit 1: op 21 juni 2022 te Egmond aan den Hoef, gemeente Bergen (NH).

Toepasselijke wettelijke voorschriften

de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
1 (één) dag.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) weken.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 1] ter zake van het in de zaak met parketnummer 15-052394-22 bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 129,10 (honderdnegenentwintig euro en tien cent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 1], ter zake van het in de zaak met parketnummer 15-052394-22 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 129,10 (honderdnegenentwintig euro en tien cent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 2 (twee) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 18 oktober 2021.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 2] ter zake van het in de zaak met parketnummer 15-154905-22 bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 532,15 (vijfhonderdtweeëndertig euro en vijftien cent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 2], ter zake van het in de zaak met parketnummer 15-154905-22 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 532,15 (vijfhonderdtweeëndertig euro en vijftien cent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 10 (tien) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 21 juni 2022.
Gewezen door mr. F.A. Hartsuiker, in bijzijn van T. Zikken, griffier.
mr. F.A. Hartsuiker