ECLI:NL:GHAMS:2024:3678
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herstelarrest wegens weglating beslissing opheffing voorlopige hechtenis in jeugddetentiezaak
In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 3 oktober 2024 een arrest gewezen in hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank Amsterdam. De verdachte, geboren in 2003, werd veroordeeld tot een jeugddetentie van 610 dagen, gelijk aan de duur van het reeds doorgebrachte voorarrest.
Bij het arrest werd abusievelijk nagelaten om in het dictum de beslissing tot opheffing van het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op te nemen. Gezien de mogelijke gevolgen voor de executie van de straf achtte het hof het noodzakelijk dit te herstellen.
Op 22 november 2024 heeft het hof daarom een herstelarrest gewezen waarin expliciet wordt bepaald dat het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis wordt opgeheven. Dit arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer, waarbij een van de raadsheren niet kon ondertekenen.
Uitkomst: Het hof heeft het dictum aangevuld met de opheffing van het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.