In deze zaak stond de verdachte terecht voor feitelijk leidinggeven aan het opzettelijk niet meewerken aan controles door de Belastingdienst en het niet volledig verstrekken van administratie door twee rechtspersonen waarvan hij enig aandeelhouder en bestuurder is. De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot een taakstraf van 80 uur.
Het hof bevestigt het bewezenverklaarde maar vernietigt de strafoplegging van de rechtbank. De verdediging voerde een niet-ontvankelijkheidsverweer op basis van een vermeende toezegging van de belastinginspecteur, maar het hof verwierp dit omdat de verdachte zelf verklaarde dat geen strafrechtelijke vrijwaring was gegeven.
Bij de strafoplegging houdt het hof rekening met een benadelingsbedrag van ruim €170.000 en de ernst van het feit. Gezien de ernstige ziekte van de verdachte (longkanker stadium 4 met uitzaaiingen) legt het hof een taakstraf van 240 uur op en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaar. Een beroepsverbod wordt niet opgelegd omdat het feit niet uit het beroep voortkomt.
De redelijke termijn is overschreden, maar dit wordt toegerekend aan de verdachte vanwege herhaalde aanhoudingen op zijn verzoek. Het hof bevestigt het vonnis verder en legt de straffen passend gelet op de ernst en omstandigheden.