Op 12 februari 2024 pleegde de verdachte mishandeling van een ambtenaar tijdens de rechtmatige uitoefening van diens bediening te Amsterdam. De politierechter veroordeelde de verdachte op 15 februari 2024. Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep en vernietigde het vonnis van de politierechter.
Het hof verklaarde de mishandeling bewezen en veroordeelde de verdachte tot een gevangenisstraf van 2 weken, waarvan 1 week voorwaardelijk met een proeftijd van 1 jaar. Tevens werd bepaald dat de tijd die de verdachte in voorarrest had doorgebracht in mindering zou worden gebracht op de straf.
De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd door het hof niet-ontvankelijk verklaard, met de bepaling dat deze vordering bij de burgerlijke rechter moet worden ingediend. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.
Het vonnis werd gewezen door rechter A.M.P. Geelhoed, in aanwezigheid van griffier S.K. van Eck.