In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor het inzamelen van bedrijfsafval zonder dat hij op de wettelijk vereiste lijst van inzamelaars stond vermeld. Het hof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de economische politierechter, die de verdachte in eerste aanleg veroordeelde tot een geldboete van €1.000, waarvan €250 voorwaardelijk.
Het hof bevestigde de bewezenverklaring van het feit, dat een inbreuk vormt op milieubeschermende voorschriften en het doelmatig beheer van afvalstoffen schaadt. Wel vernietigde het hof de opgelegde straf en legde een nieuwe geldboete van €400 op, te voldoen in acht termijnen van €50, mede gelet op de geringe draagkracht van de verdachte, het feit dat het delict van geruime tijd geleden is en de overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep.
De verdachte had verzocht om een geheel voorwaardelijke boete vanwege zijn persoonlijke omstandigheden, waaronder recente detentie en financiële problemen. Het hof oordeelde echter dat een geldboete passend is, maar hield rekening met de draagkracht door betaling in termijnen toe te staan. Het vonnis van de politierechter werd voor het overige bevestigd.