Uitspraak
1.[geïntimeerde 1] , en
[geïntimeerde 2] ,
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
4.Eerste aanleg
5.Beoordeling
€ 1.532,00(tarief III, 2 punten)
- explootkosten € 129,14
€ 1.571,00(tarief III, 1 punt)
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak staat de vraag centraal of de hypotheekbemiddelaar zijn zorgplicht heeft geschonden jegens de kopers van een woning door niet tijdig het financieringsvoorbehoud uit de koopovereenkomst in te roepen. De kopers hadden een koopovereenkomst gesloten met een financieringsvoorbehoud dat uiterlijk 15 juni 2018 moest worden ingeroepen. De hypotheekaanvragen bij ABN AMRO en Nationale Nederlanden werden afgewezen, waarna de koop werd ontbonden en de waarborgsom als boete aan de verkopers werd uitgekeerd.
De rechtbank had geoordeeld dat de hypotheekbemiddelaar tekort was geschoten in zijn zorgplicht en veroordeelde hem tot schadevergoeding. Het hof stelt echter vast dat de opdrachtrelatie uitsluitend zag op hypotheekbemiddeling en niet op aankoopmakelaardij. Verder was niet gebleken dat de hypotheekbemiddelaar verplicht was om zelfstandig het financieringsvoorbehoud tijdig in te roepen of verlenging daarvan te bewerkstelligen.
Het hof overweegt dat de kopers wisten van het financieringsvoorbehoud en zelf om verlenging hebben gevraagd. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een zwaardere zorgplicht voor de hypotheekbemiddelaar rechtvaardigden. De stellingen van de kopers over verhuur van een ander appartement en de gevolgen daarvan voor de financiering waren onvoldoende concreet en relevant. Daarom vernietigt het hof het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen af, met veroordeling van de kopers in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen af en oordeelt dat de hypotheekbemiddelaar geen zorgplicht heeft geschonden.