ECLI:NL:GHAMS:2024:3178
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak en voorwaardelijke veroordeling wegens aanwezig hebben hennepkwekerij in bedrijfsruimte
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het aanwezig hebben van hennepplanten in een bedrijfsunit, maar vrijgesproken voor een tweede ten laste gelegd feit. In hoger beroep werd hij niet-ontvankelijk verklaard voor het beroep tegen de vrijspraak. Het hof bevestigde de vrijspraak voor het tweede feit en vernietigde de strafoplegging voor het eerste feit, waarna het zelf een oordeel velde.
Uit het dossier bleek dat de verdachte toegang had tot de bedrijfsunit waar een hennepkwekerij met meer dan 1.200 planten was aangetroffen. Het hof achtte bewezen dat de verdachte wetenschap en beschikkingsmacht had over de kwekerij, mede gelet op de sterke hennepgeur, de aanwezigheid van hennepgerelateerde materialen en zijn eerdere veroordelingen. De verdediging voerde aan dat de verdachte niet betrokken was bij de kwekerij en dat de aanwezigheid van de zoon en de boot een andere verklaring bood.
Het hof verwierp het verweer en legde een voorwaardelijke gevangenisstraf van negen weken op met een proeftijd van twee jaar, gecombineerd met een geldboete van €5.000,-. Hierbij werd rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder zijn verblijf in Suriname en zijn inkomen. De vrijspraak voor het tweede feit bleef gehandhaafd.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken voor het tweede feit en veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van negen weken en een geldboete van €5.000 voor het aanwezig hebben van hennep.