ECLI:NL:GHAMS:2024:3131
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schorsing en voorlopige voorziening zorgregeling minderjarige met beperking
De zaak betreft een geschil over de opschorting van de zorgregeling tussen een minderjarige met een ernstige verstandelijke beperking en autismespectrumstoornis en haar moeder. De rechtbank Noord-Holland had bij beschikking van 19 augustus 2024 de zorgregeling voor drie maanden opgeschort, waarna de moeder in hoger beroep ging en tevens schorsing van deze beschikking en voorlopige voorzieningen verzocht.
Het hof oordeelt dat de moeder ontvankelijk is in haar hoger beroep en verzoeken, maar dat het belang van de minderjarige voorop staat. De zorgregeling abrupt opschorten is ingrijpend, maar het direct hervatten van de oude regeling is te groot gezien de problematiek en de zorgen over de thuissituatie van de moeder. De Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instelling adviseren een geleidelijke opbouw van het contact, begeleid door Nicare.
De moeder stelde dat de rechtbank een kennelijke misslag had gemaakt door te oordelen zonder haar voldoende gelegenheid te geven en op basis van stukken die niet aan haar waren verstrekt. Het hof verwierp dit en stelde dat de rechtbank binnen haar bevoegdheid handelde. De verzoeken van de moeder tot schorsing en voorlopige voorziening worden afgewezen. De vader's incidentele verzoeken worden eveneens afgewezen. Alle betrokkenen zijn het erover eens dat het contact zo spoedig mogelijk begeleid moet worden hervat.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot schorsing en voorlopige voorziening af en bepaalt dat het contact begeleid en stapsgewijs moet worden hervat.