ECLI:NL:GHAMS:2024:2903
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens te late indiening
In deze strafzaak heeft de politierechter op 3 juni 2022 verstek verleend tegen de verdachte die niet bij de zitting was verschenen. De verdachte stelde het hoger beroep in, maar niet binnen de wettelijke termijn van veertien dagen na het vonnis. De verdediging voerde aan dat de verdachte niet op de hoogte was van de zitting en dat het hoger beroep daarom tijdig was ingesteld na ontvangst van het vonnis op 28 juli 2022.
Het hof onderzocht de akte van uitreiking van de dagvaarding en constateerde dat deze in persoon aan de verdachte was uitgereikt op 1 maart 2022, waarbij de handtekening van de verdachte op de akte overeenkwam met zijn handtekening op het proces-verbaal van verhoor. Hierdoor was de verdachte geacht kennis te hebben gehad van de zitting in eerste aanleg.
Aangezien het hoger beroep pas op 29 juli 2022 werd ingesteld, overschreed dit de wettelijke termijn van veertien dagen na het vonnis van 3 juni 2022. Er waren geen bijzondere omstandigheden die deze overschrijding rechtvaardigden. Daarom verklaarde het hof de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens overschrijding van de wettelijke termijn.