Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Vonnis waarvan beroep
Oplegging van straf
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
34 (vierendertig) maanden.
Gerechtshof Amsterdam
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het opzettelijk invoeren van ongeveer 5,8 kilogram netto cocaïne, een aanzienlijke hoeveelheid die bestemd was voor verdere verspreiding en handel. De rechtbank legde een gevangenisstraf van 38 maanden op. De verdachte stelde hoger beroep in tegen het vonnis, met name tegen de strafoplegging.
Het hof heeft het vonnis van de rechtbank bevestigd wat betreft de bewezenverklaring, maar vernietigde het vonnis voor zover het de straf betreft. Gelet op de ernst van het feit, de grote hoeveelheid drugs en de schadelijke maatschappelijke gevolgen, acht het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend. De persoonlijke omstandigheden van de verdachte gaven geen aanleiding tot strafvermindering.
De redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro werd overschreden: in eerste aanleg met vier maanden en in hoger beroep met twee jaar en acht maanden. Omdat de verdachte grotendeels in vrijheid heeft verbleven, hanteert het hof een redelijke termijn van twee jaar. De overschrijding in hoger beroep leidt tot strafvermindering van 38 naar 34 maanden gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest.
De tenuitvoerlegging van de straf zal volledig binnen de penitentiaire inrichting plaatsvinden, totdat de veroordeelde in aanmerking komt voor een penitentiair programma of voorwaardelijke invrijheidsstelling. Het bevel tot voorlopige hechtenis wordt opgeheven zodra de duur van de hechtenis gelijk is aan de opgelegde strafduur.
Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot 34 maanden gevangenisstraf wegens invoer van circa 5,8 kilogram cocaïne, met strafvermindering vanwege overschrijding van de redelijke termijn.