Uitspraak
1.Procesverloop
2.Inhoud van het verzoek
3.Beoordeling
Nealon & Hallamt.
het Verenigd Koninkrijk).
Gerechtshof Amsterdam
Appellant stelde een verzoek in op grond van artikel 530 Sv Pro tot vergoeding van kosten rechtsbijstand in verband met een strafzaak die eindigde in een sepot. De rechtbank wees het verzoek af omdat de advocaatkosten grotendeels voortkwamen uit eigen handelen van appellant.
Het hof oordeelde dat de toekenning van vergoeding op grond van gronden van billijkheid plaatsvindt, waarbij de onschuldpresumptie een grens stelt aan de oordeelsvrijheid van de rechter. Omdat de zaak eindigde in een sepot en appellant zich op noodweer beriep, mag in deze procedure niet worden geoordeeld dat appellant zich schuldig heeft gemaakt.
Het hof vernietigde de eerdere beschikking en kende een vergoeding toe van in totaal € 2.614,63 voor de kosten van rechtsbijstand in de strafzaak en de verzoekschriftprocedures. De beschikking werd uitgesproken in een openbare zitting op 24 september 2024.
Uitkomst: Het hof kent appellant een vergoeding toe van € 2.614,63 voor kosten rechtsbijstand na sepot.