ECLI:NL:GHAMS:2024:2729

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
24 september 2024
Publicatiedatum
1 oktober 2024
Zaaknummer
000257-24
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot vergoeding kosten rechtsbijstand na executie rijontzegging afgewezen

Verzoeker diende een verzoek in op grond van artikel 530 Sv Pro tot vergoeding van kosten rechtsbijstand gemaakt in verband met een strafzaak en de daaropvolgende verzoekschriftprocedure. De strafzaak eindigde met een geldboete en een ontzegging van de rijbevoegdheid, welke uitspraak onherroepelijk werd.

Na ontvangst van een brief over de executie van de rijontzegging stelde verzoeker beroep in cassatie in en verzocht het Openbaar Ministerie te bevestigen dat de executie was verjaard. Het OM bevestigde dat het recht tot executie was verjaard en de ontzegging in het systeem was afgesloten. Vervolgens trok verzoeker het cassatieberoep in.

Het hof oordeelde dat artikel 530 Sv Pro alleen vergoeding van kosten rechtsbijstand toestaat indien de zaak eindigt zonder oplegging van straf of maatregel. Omdat in deze zaak wel een geldboete en rijontzegging zijn opgelegd, verklaarde het hof verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand.

Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand omdat de zaak is geëindigd met oplegging van straf.

Uitspraak

beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling strafrecht
rekestnummer(s): 000257-24 (530 Sv)
parketnummer in hoger beroep: 23-002236-12
Beschikking op het verzoekschrift op de voet van artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1985,
domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat, mr. E.M. Geboers,
Van der Helstplein 3, 1072 PH Amsterdam.

1.Procesverloop

Het verzoekschrift is op 12 april 2024 ingekomen.
Op 23 augustus 2024 heeft de advocaat-generaal het standpunt van het Openbaar Ministerie kenbaar gemaakt.
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 27 augustus 2024 de advocaat-generaal en de advocaat van verzoeker ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Verzoeker is niet in raadkamer verschenen.

2. Inhoud van het verzoek

Het verzoek strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake van:
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van de strafzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van € 974,78;
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 680,00.

3.Beoordeling van het verzoek

Bij arrest van dit hof van 7 mei 2013 is de strafzaak met voormeld parketnummer geëindigd met oplegging van een geldboete alsmede de ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 7 maanden.
Dit arrest – gewezen op tegenspraak – is op 22 mei 2013 onherroepelijk geworden.
Op 16 oktober 2023 heeft verzoeker een brief van het Openbaar Ministerie ontvangen dat de rijontzegging, die aan hem is opgelegd bij voornoemd arrest, geëxecuteerd zal worden op de 21ste dag na uitreiking van de brief.
Op 1 november 2023 is namens verzoeker – teneinde de aangezegde executie op te schorten – beroep in cassatie ingesteld.
Op 8 november 2023 heeft de advocaat van verzoeker aan het Openbaar Ministerie verzocht te bevestigen dat de executie (het recht tot tenuitvoerlegging) inmiddels verjaard is.
Op 4 maart 2024 heeft het Openbaar Ministerie aan de advocaat bevestigd, zakelijk weergegeven, dat het recht tot executie van de onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid is verjaard en dat de openstaande ontzegging in het systeem is dicht geboekt.
Op 5 maart 2024 is namens verzoeker het beroep in cassatie ingetrokken.
Op grond van artikel 530 Sv Pro kan een verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand worden ingediend indien de zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel. De onderhavige zaak is geëindigd met oplegging van een geldboete en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen. Gelet daarop moet verzoeker niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn verzoek.

4.Beslissing

Het hof :
Verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek.
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan verzoeker.
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. A.M.P. Geelhoed, A.W.T. Klappe en D.A.G. van Toor, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 24 september 2024.