ECLI:NL:GHAMS:2024:2691
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing incidentele vordering tot schorsing van uitvoerbaarheid proceskostenveroordeling
In deze civiele procedure heeft [appellant] B.V. incidenteel verzocht om schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad van het vonnis van de rechtbank Amsterdam, waarin zij werd veroordeeld tot betaling van proceskosten. Het hof overweegt dat de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad is verklaard en dat het uitgangspunt is dat een veroordeling tijdens hoger beroep ten uitvoer kan worden gelegd.
[appellant] stelde dat het vonnis berust op een kennelijke misslag en dat de uitvoerbaarheid bij voorraad ingrijpende gevolgen voor haar heeft. Het hof oordeelt echter dat er geen sprake is van een kennelijke misslag, aangezien dat betekent dat zonder nader onderzoek duidelijk onjuistheden in het vonnis aanwezig moeten zijn, wat hier niet het geval is. Ook is de enkele stelling dat de uitvoerbaarheid ingrijpende consequenties heeft onvoldoende onderbouwd.
Het hof wijst daarom de incidentele vordering af en houdt de beslissing over de proceskosten van het incident aan tot het eindarrest in de hoofdzaak. De hoofdzaak wordt verwezen naar de rol voor memorie van antwoord van VIB. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: De incidentele vordering tot schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad van de proceskostenveroordeling wordt afgewezen.