Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.De procedure in hoger beroep
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
Betrokkene, geboren in 1934, is door de kantonrechter onder bewind gesteld vanwege haar lichamelijke en geestelijke toestand die haar verhindert haar vermogensrechtelijke belangen volledig waar te nemen. Verzoeksters, dochters van betrokkene, zijn het niet eens met deze beslissing en vorderen vernietiging van de beschikking en afwijzing van het onderbewindstellingsverzoek.
In hoger beroep heeft het hof de standpunten van partijen en de feiten uitgebreid onderzocht. Verzoeksters stellen dat betrokkene met ondersteuning van dochter [dochter 1] haar financiële zaken kan regelen en dat onderbewindstelling een te zware maatregel is. Dochter [dochter 2] en de bewindvoerder benadrukken de noodzaak van het bewind vanwege de verstoorde familiale verhoudingen en het feit dat betrokkene hulp nodig heeft bij internetbankieren en beheer van de erfenis.
Het hof constateert dat betrokkene niet zelfstandig haar vermogensrechtelijke belangen kan behartigen, mede gelet op haar hulpbehoefte bij digitale bankzaken en de complexe familiale situatie. De wisselende houding van betrokkene ten aanzien van het bewind en de verklaringen in eerdere procedures bevestigen dit. Het hof oordeelt dat onderbewindstelling noodzakelijk is en bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter, waarbij het hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de onderbewindstelling en wijst het hoger beroep af.