ECLI:NL:GHAMS:2024:2403

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
9 juli 2024
Publicatiedatum
3 september 2024
Zaaknummer
23-002237-23
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring verdachte in hoger beroep wegens intrekking

In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 9 juli 2024 uitspraak gedaan over de ontvankelijkheid van het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de politierechter van 25 juli 2023.

De verdachte had hoger beroep ingesteld, maar uit e-mailberichten van de raadsman bleek dat de verdachte het hoger beroep niet wenst te handhaven. Omdat het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep reeds op 9 april 2024 was aangevangen, was intrekking van het hoger beroep niet meer mogelijk.

Het hof concludeerde dat de verdachte geen rechtens te respecteren belang heeft bij voortzetting van het hoger beroep. Daarom werd verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep, conform artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarbij één van de rechters niet kon ondertekenen.

Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens niet-handhaving na aanvang van het onderzoek ter terechtzitting.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002237-23
datum uitspraak: 9 juli 2024
VERSTEK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 25 juli 2023 in de strafzaak onder parketnummer
13-016657-22 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1967,
adres: [adres].
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 9 juli 2024.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

Blijkens e-mailberichten van de raadsman van 3 en 21 juni 2024 wenst de verdachte het hoger beroep niet te handhaven. Intrekking van het hoger beroep is niet meer mogelijk, nu het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep reeds op een eerdere zitting van het hof op 9 april 2024 is aangevangen. Het hof leidt evenwel uit voornoemde e-mailberichten af dat de verdachte haar oorspronkelijke bezwaren tegen het vonnis niet langer wenst te handhaven. Om die reden zal de verdachte, overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal en nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak, niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, Wetboek van Strafvordering.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P. Greve, mr. B.E. Dijkers en mr. C. Beuze, in tegenwoordigheid van mr. L.M. van Leeuwen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 9 juli 2024.
mr. C. Beuze is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.