ECLI:NL:GHAMS:2024:2380
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- H.T. van der Meer
- T.S. Pieters
- W. Aardenburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid in vorderingen tegen ING Bank
Appellante is in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de kantonrechter Amsterdam waarbij haar vorderingen tegen ING Bank werden afgewezen. Zij vorderde onder meer betaling van bedragen die zij stelde onrechtmatig van haar rekening te zijn afgeschreven na diefstal van haar bankpas in Roemenië.
De kantonrechter had vastgesteld dat ING Bank het bedrag van € 1.889,40 reeds had betaald en verklaarde appellante niet-ontvankelijk in haar verklaringen voor recht wegens gebrek aan belang. In hoger beroep herhaalde appellante haar stellingen, vermeerderde haar eis met kosten, maar kon niet aantonen dat een hoger bedrag onrechtmatig was opgenomen of dat ING Bank in verzuim was.
Het hof oordeelde dat appellante onvoldoende belang had bij haar verklaringen voor recht en dat haar vorderingen wegens schadevergoeding niet toewijsbaar waren omdat de facturen aan ING Bank niet door haar, maar door een derde partij waren gestuurd zonder dat overdracht van vorderingen was gesteld. De grieven van appellante faalden en het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter, veroordeelde appellante in de proceskosten en verklaarde de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vermeerderde eis en het vonnis van de kantonrechter wordt bekrachtigd met veroordeling in de proceskosten.