ECLI:NL:GHAMS:2024:2267
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte mishandeling in uitgaansgelegenheid wegens onvoldoende bewijs
Op 20 december 2019 ontstond in een uitgaansgelegenheid in Castricum een opstootje tussen de vriendengroepen van de verdachte en de benadeelde. Tijdens dit incident werd de benadeelde geslagen, waarbij zijn neus werd gebroken. De verdachte werd aangewezen als dader, maar getuigenverklaringen en camerabeelden boden geen eenduidig bewijs.
De politierechter veroordeelde de verdachte aanvankelijk, maar het hof vernietigde dit vonnis. Na bestudering van het bewijs oordeelde het hof dat niet met de vereiste mate van zekerheid kon worden vastgesteld dat de verdachte de mishandeling had gepleegd.
De advocaat-generaal en de verdediging vorderden vrijspraak, welke het hof volgde. De schadevergoeding van €1.415,75 werd in eerste aanleg deels toegewezen, maar in hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat de verdachte niet schuldig werd bevonden.
Het hof bepaalde dat beide partijen hun eigen kosten dragen. Het arrest werd uitgesproken op 20 juni 2024 door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van mishandeling wegens onvoldoende bewijs.