Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[appellant 1] ,
[appellante 2],
1.[geïntimeerde 1] ,
[geïntimeerde 2],
1.[A.] ,
[B.],
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele procedure in hoger beroep vorderden twee opgeroepen partijen zich te mogen voegen aan de zijde van de geïntimeerden. Het hof oordeelde dat op grond van artikel 217 Rv Pro alleen derden zich kunnen voegen en niet reeds betrokken procespartijen. Omdat de verzoekers door hun oproeping op grond van artikel 118 Rv Pro al partij waren geworden, konden zij zich niet voegen aan de zijde van een andere partij.
Het hof benadrukte dat deze partijen reeds de mogelijkheid hadden hun standpunt kenbaar te maken en dat er geen belang meer was bij voeging. Het verzoek werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. De zaak werd vervolgens verwezen naar de rol voor een memorie van antwoord in het incidenteel appel door appellanten.
Deze beslissing volgt de rechtspraak van de Hoge Raad, die stelt dat voeging niet openstaat voor partijen die al partij zijn in het geding. Het arrest werd door de meervoudige kamer van het Gerechtshof Amsterdam op 30 januari 2024 gewezen.
Uitkomst: Verzoek tot voeging door reeds opgeroepen partijen wordt niet-ontvankelijk verklaard.