ECLI:NL:GHAMS:2024:2096
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Ontkenning vaderschap afgewezen wegens overschrijding wettelijke termijn
De man is gehuwd geweest met de moeder van [verweerder], geboren tijdens het huwelijk. Hij verzocht om ontkenning van zijn vaderschap, omdat hij geen biologische vader is en het huwelijk een schijnhuwelijk betrof. De rechtbank verklaarde hem niet-ontvankelijk vanwege overschrijding van de wettelijke termijn.
In hoger beroep betoogde de man dat hij pas in 2022 op de hoogte was van het bestaan van [verweerder], en dat het verzoek daarom tijdig was. Zowel [verweerder] als de moeder hadden geen bezwaar tegen de ontkenning, hoewel zij betwistten dat de man pas in 2022 kennis nam van het kind.
Het hof oordeelde dat de man al bij de echtscheiding in 1993 op de hoogte was van het bestaan van [verweerder], die ook op de echtscheidingspapieren stond vermeld. De wettelijke termijn van één jaar na bekendwording van het niet-biologisch vaderschap was ruimschoots overschreden.
Het hof stelde dat het belang van rechtszekerheid en het voorkomen van langdurige onzekerheid voor het kind zwaarder wegen dan de belangen van de man en zijn dochter. De bezwaren van de man omtrent de geslachtsnaam en nalatenschap zijn onvoldoende zwaarwegend om de termijnoverschrijding te rechtvaardigen.
Daarom werd de beschikking van de rechtbank bekrachtigd en het verzoek tot ontkenning van het vaderschap afgewezen.
Uitkomst: Verzoek tot ontkenning vaderschap afgewezen wegens overschrijding wettelijke termijn.