De zaak betreft het hoger beroep van de vader tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam die zijn verzoek tot gezamenlijk gezag met de moeder en een omgangsregeling afwees. De kinderen wonen bij de moeder, die het gezag alleen uitoefent. De vader wenst gezamenlijk gezag en een omgangsregeling waarbij hij de kinderen ieder weekend en wekelijks op woensdag ziet.
De rechtbank bepaalde dat het contact tussen vader en kinderen onder regie van de jeugdbescherming zou plaatsvinden, wat de vader betwist. De moeder steunt de bestreden beschikking. Tijdens de zitting op 7 juni 2024 waren beide ouders, hun advocaten, de gezinsvoogd en de Raad voor de Kinderbescherming aanwezig.
Vanwege tegenstrijdige informatie en serieuze wederzijdse beschuldigingen gelast het hof een raadsonderzoek. De raad moet onder meer adviseren over het gezag, de omgangsregeling, belemmerende factoren en de belangen van de kinderen. Totdat het hof een eindbeslissing neemt, blijft de omgang onder toezicht van de jeugdbescherming zoals bepaald door de rechtbank van kracht.
De raad dient uiterlijk 26 januari 2025 te rapporteren, waarna de zaak wordt voortgezet. De beschikking is op 16 juli 2024 uitgesproken door het Gerechtshof Amsterdam.