Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Beoordeling
€ 5.515,19
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak draait het om schade aan goederen die door [appellant] zijn geleverd aan een partij in Congo. De levering vond plaats FOB, waarbij [appellant] verantwoordelijk was voor het laden en vastzetten van de lading in containers. Na aankomst in Congo bleek een deel van de lading beschadigd te zijn geraakt tijdens het wegtransport.
De rechtbank stelde vast dat de verpakking en stuwage onvoldoende waren en veroordeelde [appellant] tot betaling van € 221.802 met rente. In hoger beroep werd een deskundige gehoord die bevestigde dat de schade veroorzaakt is door onvoldoende vastzetten van de lading, en dat dit voorkomen had kunnen worden bij juiste stuwage, tenzij de trailer op zijn kant of kop was gevallen, wat niet aannemelijk was.
[Appellant] voerde aan dat de schade mede veroorzaakt zou zijn door het rijgedrag van de chauffeurs, maar dit werd niet onderbouwd met concrete feiten. Ook werd een verschil in schadevergoeding over het transport per luchtvracht betwist, maar het hof oordeelde dat de rechtbank de schade correct had geschat.
Het hof heeft de grieven van [appellant] afgewezen, het deskundigenbericht in hoger beroep betrokken en het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. Tevens is [appellant] veroordeeld in de kosten van het hoger beroep, waaronder de kosten van de deskundige.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt [appellant] tot betaling van € 221.802 en in de proceskosten van het hoger beroep.