ECLI:NL:GHAMS:2024:1925

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
1 juli 2024
Publicatiedatum
10 juli 2024
Zaaknummer
23-002265-22
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 23 SrArt. 24c SrArt. 57 SrArt. 62 SrArt. 63 Sr
Verwijzingen
9 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep eenvoudige belediging ambtenaar en niet tonen identiteitsbewijs

Op 28 oktober 2021 pleegde verdachte te Zaandam meermalen eenvoudige belediging gericht aan een ambtenaar tijdens de rechtmatige uitoefening van diens bediening. Tevens voldeed verdachte niet aan de verplichting om een identiteitsbewijs ter inzage aan te bieden, zoals voorgeschreven in de Wet op de identificatieplicht.

De politierechter in Noord-Holland veroordeelde verdachte voor deze feiten, waarna hoger beroep werd ingesteld. Het gerechtshof Amsterdam vernietigde het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht. Het hof veroordeelde verdachte tot een geldboete van €300,- voor de belediging, met een subsidiaire hechtenisstraf van zes dagen bij niet-betaling. Voor het niet tonen van het identiteitsbewijs legde het hof een geldboete van €95,- op, met een subsidiaire hechtenisstraf van één dag.

De uitspraak benadrukt het belang van de bescherming van ambtenaren tijdens hun rechtmatige werkzaamheden en de naleving van identificatieverplichtingen. Het hof motiveerde zijn beslissing op basis van de toepasselijke artikelen uit het Wetboek van Strafrecht en de Wet op de identificatieplicht.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot geldboetes en subsidiaire hechtenis voor eenvoudige belediging en niet tonen identiteitsbewijs.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer eerste aanleg : 15-293367-21
parketnummer hoger beroep : 23-002265-22
TEGENSPRAAK(gemachtigd raadsvrouw)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 1 juli 2024 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 5 augustus 2022 in de zaak tegen de verdachte:
naam: [verdachte]
voornamen: [verdachte]
geboren: op [geboortedag] 1982 te [geboorteplaats]
adres: [adres].

Kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:
eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd.
Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:
niet voldoen aan de verplichting om een identiteitsbewijs ter inzage aan te bieden, opgelegd krachtens artikel 2 van Pro de Wet op de identificatieplicht.
gepleegd
feit 1:
op 28 oktober 2021 te Zaandam, gemeente Zaanstad;
feit 2:
op 28 oktober 2021 te Zaandam, gemeente Zaanstad.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

de artikelen 23, 24c, 57, 62, 63, 266, 267 en 447e van het Wetboek van Strafrecht en artikel 2 van Pro de Wet op de identificatieplicht.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 15-293367-21 onder 1 bewezenverklaarde
Veroordeelt de verdachte tot een
geldboetevan
€ 300,00 (driehonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
6 (zes) dagen hechtenis.
Ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde
Veroordeelt de verdachte tot een
geldboetevan
€ 95,00 (vijfennegentig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
1 (één) dag hechtenis.
Gewezen door mr. N. van der Wijngaart, in bijzijn van mr. M.D.M. van der Voort, griffier.
mr. N. van der Wijngaart