Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[appellant 1] ,
[appellant 2] ,
[appellant 3] ,
[appellant 4] ,
Gerechtshof Amsterdam
Appellanten zijn erfpachtrechthebbenden die in hoger beroep zijn gekomen tegen de Gemeente Amsterdam over de toepassing van het overstapbeleid naar eeuwigdurende erfpacht en de berekening van de erfpachtcanon. In de hoofdzaak zijn hun vorderingen door de rechtbank afgewezen en heeft het hof dit vonnis bekrachtigd.
Appellanten verzochten het hof om een voorlopig deskundigenbericht te gelasten over de vraag of de residuele grondwaarde inclusief een BTW-element is en of het redelijk is dat de canon en overstapaanbieding daarop gebaseerd zijn. De Gemeente voerde verweer dat het verzoek geen belang heeft.
Het hof overweegt dat een voorlopig deskundigenbericht alleen kan worden bevolen indien het verzoek ter zake dienend is en voldoende concreet, en dat het belangvereiste van artikel 3:303 BW Pro geldt. Gezien het arrest in de hoofdzaak waarin het hof het standpunt van appellanten verwierp en oordeelde dat de Gemeente mag uitgaan van de grondwaarde zonder aftrek van BTW, is het verzoek niet relevant. Een deskundigenbericht kan aan dat oordeel niets veranderen.
Daarom wijst het hof het verzoek af en bepaalt dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt. De beschikking is uitgesproken door de meervoudige kamer van het Gerechtshof Amsterdam op 9 juli 2024.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek om een voorlopig deskundigenbericht af wegens gebrek aan belang en bepaalt dat iedere partij haar eigen kosten draagt.