ECLI:NL:GHAMS:2024:1657
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verdachte in hoger beroep wegens ontbreken grieven
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 11 april 2024 uitspraak gedaan in het hoger beroep tegen het vonnis van de kantonrechter te Haarlem van 4 maart 2024. De verdachte had hoger beroep ingesteld, maar heeft geen schriftelijke grieven ingediend noch mondeling bezwaren tegen het vonnis geuit.
De advocaat-generaal vorderde niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Het hof heeft vastgesteld dat er geen rechtens te respecteren belang bestaat bij nader onderzoek van de zaak.
Daarom heeft het hof de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, bestaande uit drie rechters, waarbij de jongste raadsheer niet kon ondertekenen.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van grieven.