ECLI:NL:GHAMS:2024:1656
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verdachte in hoger beroep wegens niet-handhaving grieven
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 11 april 2024 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland van 17 november 2023. De verdachte had hoger beroep ingesteld tegen de opgelegde straf. Tijdens de procedure heeft de raadsman per e-mail en ter terechtzitting aangegeven dat de grieven niet langer worden gehandhaafd en verzocht om toepassing van artikel 416, tweede lid, Wetboek van Strafvordering.
Het hof heeft vervolgens, na overleg met de advocaat-generaal, geoordeeld dat de verdachte geen rechtens te respecteren belang heeft bij voortzetting van het hoger beroep. Daarom is de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. De uitspraak is gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, bestaande uit de rechters C.J. van der Wilt, A.E. Kleene-Krom en E.C.M. Bouman.
Deze beslissing betekent dat het hoger beroep niet inhoudelijk is behandeld en het vonnis van de kantonrechter in stand blijft. De jongste raadsheer heeft het arrest niet medeondertekend wegens afwezigheid.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens niet-handhaving van de grieven.