Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
en de minderjarige kinderen:
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
De zaak betreft het hoger beroep van de moeder tegen de beschikking van de kinderrechter die de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van haar minderjarige kind [kind 1] verlengde tot 23 september 2024. De moeder verzocht vernietiging van deze beschikking of verlenging voor slechts zes maanden. De gecertificeerde instelling (GI) en de Raad voor de Kinderbescherming steunden de verlenging vanwege ernstige bedreiging van de ontwikkeling van het kind.
De moeder en [de vader] waren gehuwd en hebben meerdere kinderen, waarvan [kind 1] niet de biologische dochter is van [de vader]. [kind 1] verblijft sinds augustus 2023 in een woon(crisis)groep. De rechtbank beëindigde op 26 maart 2024 het gezag van de moeder over [kind 1] en benoemde de GI tot voogd. De moeder stelde dat de situatie verbeterd was en dat zij onvoldoende gelegenheid had gekregen om haar zorgcapaciteit te tonen.
Het hof oordeelt dat de ernstige ontwikkelingsbedreiging van [kind 1] onverminderd aanwezig was tot de gezagsbeëindiging. De moeder was onvoldoende beschikbaar en medewerkend, en er was nog steeds een noodzaak voor intensieve zorg en begeleiding. Contactherstel tussen moeder en kind dient stapsgewijs en onder professionele begeleiding te gebeuren. Het hof bekrachtigt daarom de bestreden beschikking en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van [kind 1] tot 23 september 2024.