Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2024:1542

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
4 juni 2024
Publicatiedatum
4 juni 2024
Zaaknummer
000961-23
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 552a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning vergoeding kosten rechtsbijstand klaagschriftprocedure na beslag

In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn verzoek tot vergoeding van kosten voor rechtsbijstand in verband met een klaagschriftprocedure ex artikel 552a Sv. Op 20 januari 2022 werd beslag gelegd op een mobiele telefoon en een geldbedrag van € 5.120,00. Namens appellant werd op 27 januari 2022 een klaagschrift ingediend voor teruggave van deze voorwerpen.

De rechtbank wees het verzoek tot vergoeding af met als motief dat het Openbaar Ministerie voortvarend te werk was gegaan, waardoor geen billijkheidsggronden aanwezig zouden zijn. Het hof stelt echter vast dat het klaagschrift tijdig is ingediend, conform de wettelijke eis dat dit zo spoedig mogelijk na inbeslagneming moet gebeuren.

Het hof oordeelt dat ondanks het voortvarende optreden van het OM, er toch gronden van billijkheid zijn om de gevorderde vergoeding toe te kennen. De totale vergoeding van € 1.533,04 wordt toegekend, bestaande uit kosten rechtsbijstand in de strafzaak en in de verzoekschriftprocedure in eerste aanleg en hoger beroep.

Het vonnis is uitgesproken op 4 juni 2024 door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, die de eerdere beschikking vernietigt en het verzoek alsnog toewijst.

Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand toe en kent een bedrag van € 1.533,04 toe.

Uitspraak

beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling strafrecht
rekestnummer(s): 000961-23 (530 Sv)
parketnummer in eerste aanleg: 13/017408-22
Beschikking op het hoger beroep tegen de beschikking van de raadkamer van de rechtbank Amsterdam van 12 juli 2022 op het verzoekschrift op de voet van artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker],
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1972,
domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat, mr. L.C. Fleskens,
Verrijn Stuartweg 1, 1112 AW Diemen.

1.Procesverloop

Het hoger beroep is op 21 juli 2022 ingesteld door verzoeker (hierna appellant).
Op 17 april 2024 heeft de advocaat-generaal het advies van het Openbaar Ministerie kenbaar gemaakt.
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 23 april 2024 de advocaat-generaal en de advocaat van appellant ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Appellant is niet in raadkamer verschenen.

2.Inhoud van het verzoek

Het verzoek - zoals aangevuld in raadkamer in hoger beroep - strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake van:
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van de klaagschriftprocedure ex artikel 552a Sv in de strafzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van € 513,04;
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure in eerste aanleg ten bedrage van € 680,00;
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure in hoger beroep ten bedrage van € 340,00.

3.Beoordeling

Het hoger beroep is tijdig ingesteld.
De rechtbank heeft het verzoek afgewezen en daartoe gemotiveerd dat geen gronden van billijkheid aanwezig zijn voor toewijzing van het verzoek omdat het Openbaar Ministerie voortvarend te werk is gegaan.
Het hof stelt vast dat onder appellant op 20 januari 2022 beslag is gelegd op een mobiele telefoon en een geldbedrag van € 5.120,00. Namens appellant is op 27 januari 2022 een klaagschrift ingediend met het verzoek tot teruggave van de telefoon en het geld.
De artikelen 552a, derde en vierde lid Sv luiden voor zover van belang:
Het klaagschrift of het verzoek wordt zo spoedig mogelijk na de inbeslagneming van de voorwerpen (…) ingediend ter griffie van het gerecht in feitelijke aanleg, waarvoor de zaak wordt vervolgd of het laatst werd vervolgd.
Indien een vervolging niet of nog niet is ingesteld wordt het klaagschrift of het verzoek zo spoedig mogelijk (…) ingediend ter griffie van de rechtbank van het arrondissement, binnen hetwelk de inbeslagneming (…) is geschied (…).
Nu in de wet is bepaald dat de indiening van het klaagschrift zo spoedig mogelijk na de inbeslagneming dient plaats te vinden en namens appellant hiernaar is gehandeld, ziet het hof gronden van billijkheid voor toewijzing van het verzoek. Dat het Openbaar Ministerie (vervolgens) voortvarend te werk is gegaan doet hieraan niets af.
Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding voor kosten van rechtsbijstand in de strafzaak ten bedrage van € 513,04
Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding voor kosten van rechtsbijstand in de onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 1.020,00.

4.Beslissing

Het hof:
Vernietigt de beschikking waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Wijst het verzochte toe.
Kent op de voet van artikel 530 Sv Pro uit ’s Rijks kas aan appellant een vergoeding toe van € 1.533,04 (duizend vijfhonderddrieëndertig euro en vier cent).
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan appellant.
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. A.M.P. Geelhoed, P.F.E. Geerlings en P.C. Verloop, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 4 juni 2024.
De voorzitter beveelt:
de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van € 1.533,04 (duizend vijfhonderddrieëndertig euro en vier cent) op bankrekeningnummer [rekeningnummer] t.n.v. [tnv] o.v.v. [ovv].
Amsterdam, 4 juni 2024,
mr. A.M.P. Geelhoed, voorzitter.