ECLI:NL:GHAMS:2024:1525
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding voor kosten rechtsbijstand in strafzaak en procedure
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn verzoek om vergoeding van kosten rechtsbijstand in verband met een strafzaak en de daarop volgende verzoekschriftprocedure. De rechtbank had het verzoek afgewezen omdat de zaak onmiskenbaar tot een veroordeling zou leiden.
Het hof oordeelt dat het criterium van de rechtbank in strijd is met de onschuldpresumptie en dat op grond van artikel 534 Sv Pro gronden van billijkheid aanwezig zijn om vergoeding toe te kennen. Er is geen bewijs dat het voortduren van de vervolging aan appellant te wijten is.
Daarom vernietigt het hof de beschikking van de rechtbank en kent het een vergoeding toe van in totaal €7.076,05, bestaande uit kosten rechtsbijstand in de strafzaak en in de verzoekschriftprocedure in eerste aanleg en hoger beroep.
Uitkomst: Het hof kent appellant een schadevergoeding toe van €7.076,05 voor kosten rechtsbijstand.