De moeder is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam waarin het ouderlijk gezag van de stiefvader over de minderjarige is beëindigd. Het hof heeft de ontvankelijkheid van het hoger beroep onderzocht, waarbij de moeder haar beroepschrift via Veilig mailen (Zivver) op 2 februari 2024 om 00.03 uur heeft ingediend, terwijl de beroepstermijn op 1 februari 2024 om 24.00 uur was verstreken.
De moeder stelde dat zij door computerproblemen niet eerder kon indienen en dat het beroepschrift feitelijk vóór de termijn was verzonden, maar kon dit niet bewijzen. Het hof heeft dit betoog niet aanvaard, mede gelet op het procesreglement en een recente uitspraak van de Hoge Raad over verstoringen bij elektronische indiening.
Het hof concludeerde dat geen sprake was van een verschoonbare termijnoverschrijding en dat de moeder daarom niet-ontvankelijk is in haar hoger beroep. Een inhoudelijke behandeling van het geschil kon daardoor niet plaatsvinden, ook niet vanwege de door de moeder aangevoerde nieuwe feiten en omstandigheden.
De beschikking is gegeven door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2024.