ECLI:NL:GHAMS:2024:1458
Gerechtshof Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens te late indiening in hoger beroep nalatenschapszaak
In deze zaak betreft het een wrakingsverzoek ingediend door verzoekster tegen de raadsheer die de zitting van 22 maart 2024 in een hoger beroep over de benoeming van een vereffenaar van een nalatenschap voorzat.
Verzoekster stelde dat de raadsheer ontbrak aan objectieve onpartijdigheid vanwege de toon en vraagstelling tijdens de zitting. De raadsheer verweerde zich door te stellen dat het verzoek te laat was ingediend en dat er geen sprake was van partijdigheid.
De wrakingskamer oordeelde dat het wrakingsverzoek pas op 12 april 2024 werd ingediend, terwijl de feiten waarop het verzoek was gebaseerd op 22 maart 2024 bekend waren. Zonder redelijke verklaring voor het tijdsverloop van 21 dagen werd het verzoek als te laat beschouwd.
Daarom werd verzoekster niet-ontvankelijk verklaard en is het verzoek niet inhoudelijk behandeld. De beslissing werd op 16 mei 2024 in het openbaar uitgesproken door de wrakingskamer van het Gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Verzoekster is niet-ontvankelijk verklaard in haar wrakingsverzoek wegens te late indiening.