ECLI:NL:GHAMS:2024:1110

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
25 april 2024
Publicatiedatum
26 april 2024
Zaaknummer
23-002467-23
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 422 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak mishandeling moeder wegens onvoldoende bewijs

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland, waarin verdachte was veroordeeld voor mishandeling van zijn moeder op 24 juni 2023 te Akersloot.

De tenlastelegging betrof het mishandelen door het vastpakken van de handen en/of telefoon van de moeder en het slaan, waardoor zij viel en letsel opliep. Het hof heeft het bewijs opnieuw gewogen en oordeelt dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte de mishandeling heeft gepleegd.

Het hof baseert dit oordeel mede op het ontbreken van andere getuigen op het moment van het incident, het feit dat het letsel ook past binnen het door verdachte geschetste scenario en de stelligheid van de ontkenning door verdachte. Hierdoor wordt verdachte vrijgesproken van het tenlastegelegde.

Daarnaast wijst het hof de vorderingen tot tenuitvoerlegging van eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraffen af, omdat de vrijspraak maakt dat deze vorderingen komen te vervallen.

Het vonnis van de politierechter wordt vernietigd en het hof spreekt verdachte vrij, waarmee het hoger beroep gegrond wordt verklaard.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van mishandeling wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002467-23
datum uitspraak: 25 april 2024
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 5 september 2023 in de strafzaak onder de parketnummers 15-154034-23, 15-111376-21 (TUL) en 15-107675-22 (TUL) tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1993,
postadres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 11 april 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 24 juni 2023 te Akersloot, gemeente Castricum zijn moeder, [aangeefster], heeft mishandeld door haar handen en/of telefoon vast te pakken en/of ertegen te slaan, waardoor zij met haar hoofd op de salontafel en/of grond is gevallen.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt met betrekking tot het bewijs dan de politierechter.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft bevestiging van het vonnis van de politierechter gevorderd.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.
Het hof kan niet met een voor een bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid vaststellen wat op 24 juni 2023 in de woning van de aangeefster, zijnde de moeder van de verdachte, is voorgevallen. Daarbij betrekt het hof dat er op 24 juni 2023 geen (andere) getuigen aanwezig waren, dat het bij de aangeefster geconstateerde letsel in het door de verdachte naar voren gebrachte scenario zou kunnen passen, en dat de verdachte van meet af aan stellig heeft ontkend de aangeefster te hebben mishandeld.
Vorderingen tenuitvoerlegging met parketnummers 15-111376-21 en 15-107675-22
Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerleggingen van:
- de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 1 september 2021 met parketnummer 15-111376-21 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden, en
- de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 9 september 2022 met parketnummer 15-107675-22 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 weken.
Nu de verdachte zal worden vrijgesproken van het tenlastegelegde zullen de vorderingen tot tenuitvoerlegging worden afgewezen.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Wijst afde vordering van de officier van justitie in het arrondissement Noord-Holland van 25 juni 2023, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 1 september 2021, parketnummer
15-111376-21, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden.
Wijst afde vordering van de officier van justitie in het arrondissement Noord-Holland van 25 juni 2023, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 9 september 2022, parketnummer
15-107675-22, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 3 weken.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M. Jeltes, mr. N. van der Wijngaart en mr. M.L.M. van der Voet, in tegenwoordigheid van mr. R. Bleumers, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 25 april 2024.