ECLI:NL:GHAMS:2023:659

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
17 maart 2023
Publicatiedatum
17 maart 2023
Zaaknummer
23-001299-22
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 404 SvArt. 422 Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis en niet-ontvankelijkheid hoger beroep in diefstalzaak

In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 16 september 2020. De verdachte was in eerste aanleg vrijgesproken van een tenlastelegging, maar werd veroordeeld voor de diefstal van een sporttas door verbreking.

Het hof verklaarde de verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep voor zover het hoger beroep was gericht tegen de vrijspraak, omdat de wet dit niet toestaat. Voor het overige bevestigde het hof het vonnis van de rechtbank, waarmee de veroordeling voor de diefstal van de sporttas werd bekrachtigd.

De advocaat-generaal had een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken geëist met aftrek van voorarrest, en tevens de afwijzing van de tenuitvoerlegging van voorwaardelijke straffen in andere zaken. Het hof volgde deze vordering en bevestigde het eerdere vonnis. Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 14 maart 2023.

Uitkomst: Verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep tegen vrijspraak en vonnis bevestigd voor diefstal sporttas.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001299-22
datum uitspraak: 14 maart 2023
TEGENSPRAAK (raadsvrouw gemachtigd)
Arrest van het gerechtshof Den Haag, zitting houdend te Amsterdam, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 16 september 2020 in de strafzaak onder de parketnummers 10-701008-20 en 10-266684-19, (TUL) en 10-690061-18 (TUL) tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998,
thans uit anderen hoofde gedetineerd in [detentieadres] .

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte is door rechtbank Rotterdam vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 1 is tenlastegelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 28 februari 2023 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsvrouw naar voren heeft gebracht.
De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat de verdachte voor het onder 2 tenlastegelegde (ten aanzien van de diefstal van de sporttas van de aangever [aangever] ) zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 weken, met aftrek van het voorarrest. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd de afwijzing van de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde strafdelen in de zaken met parketnummers 10-266684-19 en 10-690061-18.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en zal dit derhalve bevestigen.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 1 tenlastegelegde.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P.F.E. Geerlings, mr. F.A. Hartsuiker en mr. E. van Die, in tegenwoordigheid van
mr. C.E. Dongelmans, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 14 maart 2023.
De jongste raadsheer en griffier zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.